VVD-mediawoordvoerder Anouchka van Miltenburg: "Maak de regionale omroep meer onderdeel van de publieke omroep" - Politieke monitor

Politieke monitor
Dinsdag 16 juli 2019
kalender
Met dank overgenomen van A. (Anouchka) van Miltenburg i, gepubliceerd op maandag 30 mei 2011.

De publieke omroep zou minder moeten doen en kwalitatief betere programma’s moeten maken, vindt Tweede Kamerlid Anouchka van Miltenburg van de VVD. “In de nieuwe Mediawet moeten we objectieve richtlijnen opnemen over kwaliteit.” Van Miltenburg is de tweede in een reeks interviews met mediawoordvoerders van landelijke politieke partijen.

Van Miltenburg (43), sinds januari 2003 lid van de Tweede Kamer, nam na het vertrek van haar voorganger Johan Remkes de portefeuille mediabeleid over. De voormalig journaliste volgt de media selectief. “‘Ik kijk heel gericht televisie, vooral naar nieuwsprogramma’s. Maar ik hou ook van een goede film of serie. In de auto luister ik veel naar Radio 1. Mijn favoriete radioprogramma is O.V.T., een historisch programma op zondagochtend. Van de nieuwe media maak ik alleen functioneel gebruik. Ik heb wel een eigen website en een pagina op LinkedIn, maar daar maak ik niet heel actief gebruik van. Ik twitter ook niet. Wat dat betreft ben ik een heel ouderwets mens.”

Nederland 3

De VVD-er vindt het jammer dat haar partij en het CDA in het regeerakkoord niet hebben afgesproken dat Nederland 3 moet verdwijnen. “De minister heeft wel aangegeven dat het haar inzet is om Nederland 3 te behouden, maar ik denk dat dat in de huidige vorm niet kan. Ik voel me daarbij gesteund door omroepdirecteuren die aangeven dat zij met zo’n enorme aanslag op hun budget niet zoveel programma’s voor dezelfde kwaliteit kunnen blijven maken. Als de landelijke omroepen het derde net niet meer hoeven te vullen, hebben zij minder personeel en faciliteiten nodig. Dat wil overigens niet zeggen dat ik Nederland 3 wil opheffen. Ik wil er een andere invulling aan geven, namelijk voor de regionale omroepen. Mensen kunnen het regionale nieuws dan ook makkelijker vinden. De regionale zender is ongelooflijk belangrijk voor de pluriformiteit van de media in de regio.”

Provincies

Van Miltenburg ziet voordelen wat betreft de financiering van de regionale omroepen. “Er gaat meer dan honderd miljoen euro publiek geld naar de regionale omroep in Nederland. Dat gaat via de provincies, maar eigenlijk zijn die niets anders dan een doorgeefluik van belastinggeld. In de Mediawet staat precies omschreven wat de regionale omroepen moeten doen, daar mogen de provincies niks aan toevoegen of van afhalen. Als we Nederland 3 openzetten voor de regionale omroepen, brengen we ook het geld terug naar het landelijk niveau. Want wie bepaalt, moet ook betalen.”

Samenwerking

“Nu zijn er dertien regionale zenders, die allemaal een eigen afdeling personeelszaken hebben en zelf inkopen”, vervolgt Van Miltenburg. “Als je dat centraal regelt, blijft er van die honderd miljoen meer over voor het maken van goede televisieprogramma’s. Wat ik verder graag wil is dat er een betere samenwerking tot stand komt tussen de NOS en die regionale zenders. Er is een heel goed correspondentennetwerk, maar als er wat in de provincie aan de hand is, springen in Hilversum mensen met al hun apparatuur in de auto om ergens in Zeeland of Friesland een programma te gaan maken, als concurrent van diezelfde regionale zenders. Ik zou denken: bel naar de correspondent in Zeeland en vraag of hij een mooi item wil maken voor het NOS Journaal. Maak die regionale omroepen meer onderdeel van de publieke omroep, werk samen, leer van elkaar en maak gebruik van elkaars kwaliteiten. Dan kan de NOS zich concentreren op het landelijke en internationale nieuws.”

Reclamevrij

Het afschaffen van reclame bij de publieke omroep, wat de VVD in het verleden heeft geopperd, is volgens Van Miltenburg op dit moment niet aan de orde. “Ik zou het liefst nog steeds willen dat de publieke omroep reclamevrij is. Reclame is marktvervuiling. Maar we hebben nu gezegd dat er 20% minder belastinggeld naar de publieke omroep gaat. Als wij ook nog eens zouden gaan pleiten voor het afschaffen van reclame, zouden er erg weinig middelen overblijven.”

‘Kwalitatief hoogwaardig’

Volgens het Kamerlid zou de publieke omroep nog meer kunnen bezuinigen door zich op de kerntaken te richten. “De VVD vindt dat de publieke omroep zich moet concentreren op maken van nieuws, achtergronden bij het nieuws en kunst en cultuur. Dat is de meerwaarde van de publieke omroep. In het regeerakkoord hebben we afgesproken dat het programma-aanbod “kwalitatief hoogwaardig” moet zijn. Maar wat “kwalitatief hoogwaardige programma’s” precies zijn, daar hebben we verder nooit over nagedacht. Nu wil ik me helemaal niet gaan bemoeien met de inhoud van programma’s, maar ik vind wel dat we in de nieuwe Mediawet objectieve richtlijnen moeten opnemen die dat begrip verder invullen.”

Richtlijnen

Van Miltenburg denkt daarbij onder andere aan de hoeveelheid nieuwe programma’s.

”Het aantal herhalingen moet worden beperkt. Het is raar dat ik de hele zomerperiode naar herhalingen zit te kijken en er een veel beperkter aanbod is van achtergronden bij het nieuws. Er is tenslotte gewoon nieuws, en daarnaast kijken mensen tegenwoordig ook als ze op vakantie zijn via internet naar Nederlandse zenders.” Waar de VVD ook vanaf wil is het feit dat de publieke omroep weliswaar een breed programma-aanbod uitzendt, maar wel altijd op dezelfde tijden. “Waarom moet mijn moeder die graag naar een concert kijkt, altijd tot half één ‘s nachts wachten? Daar kun je toch ook afwisseling in aanbrengen?”

Vergadercircus

“In de nieuwe Mediawet moeten die richtlijnen duidelijk worden omschreven”, vervolgt Van Miltenburg. “Nu zijn er al wel richtlijnen voor kwaliteit, maar niemand weet wat ermee bedoeld wordt. Je krijgt er een heel vergadercircus over, met lange epistels en veel beleidstukken, wat allemaal wordt betaald met geld dat bedoeld is voor het maken van radio- en televisieprogramma’s. De NPO vind ik een bureaucratisch monster. Er zitten te veel mensen aan bureaus waardoor te weinig mensen mooie televisieprogramma’s maken. Dat moet ophouden. Wij moeten duidelijker zijn in de wet wat we wel en niet verwachten. En vervolgens moeten omroepen aan de hand van die spelregels zelf bepalen hoe ze dat invullen, aan de hand van wat hun leden belangrijk vinden. Met duidelijke criteria kan het Commissariaat voor de Media op een makkelijke manier controleren of gebeurt wat wij graag willen.”

“André van Duin is ook cultuur”

Van Miltenburg vreest niet dat de publieke omroep bij deze taakopdracht alleen programma’s voor een elitepubliek gaat maken. “Er zijn heel veel manieren waarop je aan nieuws en nieuwsduiding kunt doen. Met een actualiteitenrubriek, maar ook op heel veel andere manieren. Een programma als De Wereld Draait Door gaat ook over nieuws en bereikt een enorm groot publiek. De publieke omroepen mogen best creatiever worden in de manier waarop ze kunst en cultuur brengen. Het is niet zo dat de VVD vindt dat alleen cultuur met een hoofdletter C op de televisie moet. Cultuur is niet alleen opera’s en klassieke concerten, maar bijvoorbeeld ook André van Duin. Dat moeten ze gewoon blijven uitzenden en daarop wil ik helemaal niet bezuinigen. Ik heb wel moeite met televisiespelletjes. Waarom moeten die op publieke zenders? De publieke omroep moet zich concentreren op programma’s die niet zo snel door de commerciële zenders worden gemaakt. Het gaat ook om de manier waarop je die programma’s aanbiedt, de formats. De commerciële zenders hebben maar beperkt ruimte om risico’s te nemen, zij moeten immers geld verdienen. Voor de publieke omroep geldt dat niet.”

Internet

Die vernieuwende rol van de publieke omroep ziet Van Miltenburg liever niet op internetgebied. “De publieke omroep bepaalt op het gebied van nieuwswebsites hoe het er aan toe gaat. Dat vind ik een foute ontwikkeling. Internet is het meest vrije medium, waarop marktpartijen heel veel nieuwe initiatieven ondernemen. Omdat websites van de publieke omroep met belastinggeld gefinancierd zijn, heeft de publieke omroep een grote voorsprong en maken initiatieven van anderen geen kans. Ik ben niet tegen vernieuwing en innovatie, integendeel zelfs, maar ik vind dat de publieke omroep een aanvullende rol heeft en dingen moet doen die door de private partijen niet per definitie gedaan kunnen worden. Zeker als het gaat om het gebruik van nieuwe technieken.”

Leden

Volgens het regeerakkoord moeten omroepverenigingen waar mogelijk nauwer samenwerken of hun krachten bundelen. Van Miltenburg noemt het vreemd dat het College van Omroepdirecteuren aan de minister drie scenario’s voor mogelijke fusies heeft voorgelegd. “Ik verzet me er tegen als de minister uitspraken gaat doen over de voorwaarden waaronder gefuseerd moet worden. Ik wil me helemaal niet bemoeien met de manier waarop private partijen zichzelf organiseren of onder welke voorwaarden zij met anderen willen gaan fuseren of samenwerken. Het eind van de rit moet wat mij betreft wel zijn dat er minder omroepen komen. De taak van de minister is om aan te geven hoeveel leden een omroep nodig heeft om te kunnen blijven uitzenden. Dat is ons sturingsmechanisme. In de nieuwe Mediawet zou ook moeten staan dat er geen plek meer is voor kleine omroepen zonder leden. Die kunnen onderdak vinden bij andere omroepen. Ik denk dat we naar een systeem moeten met één taakomroep, een samenvoeging van NOS en NTR, één vernieuwende omroep, en zes overige omroepen. Liefst nog minder. De omroepen met de meeste leden blijven over. Lid worden van een omroep is een direct middel voor mensen om aan te geven wat zij op radio en televisie willen horen en zien. Die stem moet belangrijker worden. Dat vind ik het mooie aan ons systeem.”

*Dit artikel, geschreven door Jim Holterhuës, is verschenen in CoMedia, een uitgave van het Commissariaat voor de Media, nummer 136, april 2011. Dit artikel is terug te vinden op http://www.cvdm.nl/content.jsp?objectid=11803